We weten het inmiddels allemaal wel; meer groen in de stad zorgt voor een beter leefklimaat. Het tempert de opwarming van al die stenen oppervlaktes, het vangt fijnstof op en brengt letterlijk zuurstof in de lucht. We voelen ons ook prettiger in een groene buurt. Dat pleit dus voor meer groen in de stad en daar wil iedereen wel zijn steentje aan bijdragen. Ten slotte zijn we niet voor niets ons buurtinitiatief gestart ;-)
In Assendorp hebben wij te maken met vele smalle straten en de Blokstraat en Groenestraat zijn daarin koplopers. Vanwege de beperkte ruimte en het missen van een stoep voor de deur is een tegeltuintje of horizontale geveltuin in onze straten heel lastig. Daarnaast zet je jouw fiets daar waar je moet zijn en niet zomaar bij een ander voor de gevel. Maar wat als een tegeltuin niet kan?
Gelukkig zijn er andere oplossingen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een raamtuintje, hangplanten of planten in potten. Het nadeel hiervan is dat ze sterk afhankelijk zijn van bewateren en weinig extra oppervlaktes aan groen opleveren. Wil je echt een steentje bijdragen, dan is een verticale geveltuin een hele goede oplossing. Het levert al snel vele extra oppervlaktes aan groen op en is minder afhankelijk van bewateren. Doe daarom mee in onze straten en maak ook een groene voorgevel!
Heb je belangstelling om dit samen te gaan doen? Stuur dan een mailtje naar ‘Het Tussendoortje’ en geef je naam, adres en plantkeuze door. Wij gaan met de gemeente in overleg voor mogelijke bijdrage aan dit gezamenlijke initiatief.

Wist je dat…

Een verticale geveltuin of groene voorgevel:
maakt het mogelijk om van groen en bloemen te genieten zonder ruimte in beslag te nemen
Heeft een geluidsdempend effect in de straat
Filtert vrijgekomen fijnstof uit de lucht en zorgt voor zuurstof
Beschermt je gevel tegen weer, wind, hitte en kou
Ontmoedigd het graffiti spuiten
Zorgt voor het behoud van de ruimte voor je huis
Heeft een grotere zichtbare meerwaarde dan een horizontale tuin
Zorgt voor een natuurlijke en decoratieve uitstraling
Heeft een grote impact op het groene aanzicht in de straat vanwege het grote oppervlak aan groen
Gaat hittestress in de straat tegen
Kan zorgen voor schaduw rondom je raam
Biedt een plek aan en voeding voor vogels en insecten

Kies je klimplant

Welke plant is geschikt voor mijn voorgevel? Dat hangt in eerste instantie af van de standplaats. Ligt de gevel op het noorden, oosten, zuiden of westen en hoeveel zon vangt de muur op? Bij ons in de straten hebben we vooral te maken met voorgevels gericht op het oosten en westen. Daardoor zijn halfschaduw klimmers bij uitstek geschikt. Houdt met een muur gericht op het oosten wel rekening met een koude wind in de winter. Gelukkig is voor elke muur wel een geschikte klimmer te vinden.
Bij het kiezen van een plant moet je ook rekening houden met de verschillende groeiwijzen van klimplanten. De groeiwijze van een klimplant bepaalt hoe de plant omhoog groeit en welke klimconstructie de plant nodig heeft. We kunnen de volgende groeiwijzen onderscheiden:
  • Klimplanten die hechten met zuignapjes of hechtworteltjes: Zij hebben uitlopers met takken die zich aan de muur vastzetten en/of in scheuren en voegen groeien en kunnen daardoor de gevel behoorlijk beschadigen. Kies liever voor een andere groeiwijze. Klimplanten met hechtwortels zijn bijvoorbeeld: de klimop (Hedera), klimhortensia, de wingerd, de trompetklimmer en de kardinaalsmuts.
  • Enteraars: Deze planten maken gebruik van stekels en doornen of stevige zijtakken die vasthaken in klimhulpen. Voorbijgangers kunnen zich er aan bezeren en daarom is dit in Zwolle niet toegestaan. Stevige zijtakken zijn wel toegestaan, maar groeien in de breedte, nemen veel ruimte in beslag en kunnen ook de doorgang bemoeilijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vuurdoorn, de klimroos of ramblerrozen en de winterjasmijn.
  • Slingerplant of winder: Klimplanten die slingeren of winden hechten zich niet vanzelf. Deze planten hebben een groeisteun nodig, waar ze zich omheen kunnen winden. Je kan hierbij denken aan een klimrek van hout of ijzer (bijv. betongaas) of staalkabels waar de plant zich een weg omhoog slingert of windt. Je kan de plant ook begeleiden in rechte lijnen omhoog of met verdelers in vormen als een ruit of vierkant. Zorg wel dat er genoeg ruimte (minimaal 5 cm) is tussen de gevel en de groeisteunen, want de planten hebben dit nodig om te winden. Hierbij kun je denken aan de blauwe regen, de Duitse pijp en de klimkamperfoelie.
  • Ranker (door middel van bladsteel of bladrank): Dit zijn planten die het hogerop willen zoeken door gebruik te maken van bladranken of bladsteelranken. Deze planten groeien normaal gesproken via een andere boom of plant omhoog. Zij vinden makkelijk een weg omhoog langs draden of stokken. Deze groeiwijze behoort vaak tot planten die wat lichter zijn, zoals de schijnaugurk of klimbes (Akebia) en de bosrank (Clematis). Hiervoor kan je dus wat minder stevige klimhulpen gebruiken, zoals een houten klimrek, gaaspaneel of draadscherm. Een wat zwaardere ranker is de sterjasmijn of Toscaanse jasmijn.
Blauwe Regen
Duitse pijp
Kamperfoelie
Bosrank
Sterjasmijn
Schijnaugruk

Klik op de plaatjes hierboven om meer over de desbetreffende klimmer te lezen.
Bedenk vooraf welke wensen je hebt wat betreft de verzorging. Heel wat klimplanten zijn sterke groeiers, maar zijn wel eenvoudig te snoeien. Denk hierbij aan de Duitse pijp, de blauwe regen en de kamperfoelie. Een afrader is de bruidssluier (Fallopia). Dit is een zeer sterke groeier, die al snel te zwaar wordt voor de klimconstructie. Het zou zonde zijn als de plant met de constructie van de muur loslaat. Je hebt ook klimmers die langzaam groeien en weinig onderhoud en verzorging vragen, bijvoorbeeld de sterjasmijn.
Houd er bij een voorgevel rekening mee dat de klimplant weinig beschutting heeft en op een kwetsbare plek staat. Kies daarom voor een klimplant met stevige takken aan de onderkant, die niet kunnen afbreken. Of bedenk desnoods een manier om de kwetsbare onderkant af te schermen met bijvoorbeeld een plant, schuine dakpan of andere constructie. Kwetsbare planten zijn bijvoorbeeld: de schijnaugurk (Akebia) of de bosrank (Clematis).
Ook is het belangrijk om van tevoren te bedenken of je een wintergroene klimmer wilt of eentje die zijn blad in de winter verliest. Een kale klimmer kan ook een hoge sierwaarde hebben met zijn kale takken.
Verder is het belangrijk om te kiezen voor klimplanten die enigszins ziekteresistent zijn. De afgelopen twee zomers hebben we te maken gehad met hele droge en warme periodes afgewisseld met natte en koudere periodes. Dit zorgt ervoor dat planten zowel met droogte en warmte als vochtige en koude moeten kunnen omgaan. Hierdoor kan de weerstand van planten behoorlijk verminderen. Fruitbomen, zoals de klimmende druif of de doornloze braam, maar ook de klimroos staan extra bekend om hun gevoeligheid voor ziektes.
Bedenk goed welke klimhulp je mooi vindt en welke geschikt is voor de klimmer die je kiest. Bedenk hierbij ook waar je de klimmer op je voorgevel wilt hebben. Je kan klimplanten verticaal, maar ook horizontaal leiden. Bijvoorbeeld als je jouw klimmer liever niet te hoog laat groeien. Je kunt dan het beste de hoofdtak naar de gewenste hoogte leiden en de zijtakken vanaf dan horizontaal afleiden. Breng de constructie altijd aan voordat je gaat planten, zodat je de muur nog gemakkelijk kunt bereiken. Zorg ervoor dat de klimhulp goed vast zit aan de gevel, zodat het is opgewassen tegen een stootje, het gewicht van de plant en bijvoorbeeld hevige storm. Bevestig de klimhulp altijd minstens 5 centimeter vanaf de muur. Als de klimhulp te dicht tegen de muur hangt, hebben de planten geen ruimte om zich er rond te winden. Let op: een regenpijp lijkt geschikt, maar die zit vaak te dicht tegen het huis en is niet stevig genoeg voor de groeikracht en het gewicht van verschillende klimplanten.

Het onderhoud

  • Je bent en blijft altijd zelf verantwoordelijk voor je eigen geveltuin.
  • Houdt er rekening mee dat de beplanting regelmatig bewaterd moet worden, aangezien je gevel meer van het regenwater tegenhoudt, dan in een vrije ruimte en ook warmte uitstraalt wat zorgt voor een snellere verdamping.
  • Houdt er altijd rekening mee dat de doorstroom en bewegingsruimte in de straat geen hinder mag hebben van jouw geveltuintje. Houdt de beplanting daarom goed in de gaten en snoei de snelle groeiers regelmatig bij. Zorg ervoor dat je altijd een snoeischaar en buisband of aanbindband met een flexibele kern bij de hand hebt. Snoei de klimmers regelmatig en houd ventilatieopeningen, ramen en regenpijpen vrij.
  • Het onderhoud is verder afhankelijk van het soort beplanting waarvoor je gekozen hebt.

De aanleg

  1. Natuurlijk start je eerst met het uitzoeken van een geschikte klimplant voor jouw voorgevel.
  2. Zorg ervoor dat je de klimconstructie al hebt uitgezocht en bevestigd voordat je begint met de aanleg van de geveltuin. Zorg daarbij voor een solide bevestiging van de draden, trellis of frame, met pluggen, beugels, bouten of haken.
  3. Teken met krijt op de grond het gedeelte af, waar je de klimplant wilt planten. Maak een plannetje hoe je dit het beste kan oplossen met de betegeling. Een geveltuin in Zwolle mag maximaal 45 cm (anderhalve stoeptegel) diep zijn en 40 cm de grond in, in verband met ondergrondse kabels en leidingen. Tussen de rand van de geveltuin en de rand van de stoep moet minimaal 1.20 meter vrijgehouden worden om te lopen.
  4. Haal de tegels eruit en maak hier een soort betonband als afbakening van.
  5. Graaf dan ongeveer 40 centimeter diep het zand uit. Houd rekening met eventuele kabels in de grond.
  6. Bekleed het gat volledig met worteldoek.
  7. Vul het plantengat met rulle tuinaarde vermengd met bentoniet. Dit staat garant voor groei en bloei op de meestal zanderige ondergrond tegen de gevels.
  8. Druk het geheel goed maar niet te stevig aan.
  9. Het is aan te raden planten die in een pot staan eerst in water te dompelen, omdat de aarde in het potje vaak aan de droge kant is.
  10. Op de plek waar de plant de grond in gaat moet een ruim plantgat gemaakt worden. Het plantgat moet groter zijn dan de wortelkluit en onderin moet de grond goed los zijn.
  11. Haal dan de plant uit de pot en maak de wortels voorzichtig een beetje los. Zo kunnen ze zich straks in de volle grond beter verspreiden.
  12. Zet de plant nu op de juiste hoogte in het plantgat, de bovenkant van het kluitje gelijk met het niveau van de grond.
  13. Nu is het belangrijk de aarde rond de wortels stevig aan te drukken, zodat de wortels er goed contact mee maken.
  14. Geef vervolgens veel water, zo verdwijnen de laatste luchtbellen rond de wortels. Houd er rekening mee dat de losse grond rond de plant nog iets inzakt.
  15. Is het een droge en zonnige periode, geef dan de eerste tijd voldoende water.